U bent hier: 

EPILOOGEPILOOG

Maandag 25 oktober, 9u27. Terwijl we aan de Soedanees-Ethiopische grens wachten op de ambtenaren van dienst die al meer dan een half uur aan hun “thee-pauze” bezig zijn, komen plots drie bekende gezichten onze richting uitgereden. Het zijn de Duitsers Jacob, Max en Bernd die samen met ons op de overzetboot tussen Egypte en Soedan zaten. Snel geef ik hen de nodige bureaucratische aanwijzingen voor het vervullen van alle douaneformaliteiten die deze grenspost voor ons in petto heeft. Ondanks onze inmiddels uitgebreide ervaring is het overschrijden van een Afrikaanse landgrens is nog steeds een overwinning, maar deze keer zou het allemaal nogal moeten meevallen. Zowel het papierwerk aan de Soedanese als de noodzakelijke stempels aan de Ethiopische grens staan in ons roadbook immers vermeld als “snel, efficiënt en vooral: gratis!”. En inderdaad, hooguit anderhalf uur na aankomst ziet het er naar uit dat we de papiermolen erop zit. Hoera!
Helaas, terwijl we terug naar de auto lopen, komt er iemand zeggen dat er sinds twee weken een nieuwe wet is met betrekking tot het afstempelen van het Carnet de Passage. Ik vertrouw de man voor geen haar en vraag of de mens in kwestie kan bewijzen dat hij officieel is. Op mijn verzoek haalt hij een klein verfrommeld boekje boven. Ja, en wat dan? Van het Ethiopische schrift begrijp ik geen letter en ik betwijfel of het boekje niet gewoon een Ethiopische identiteitskaart is... “Laten we toch maar even gaan zien”, stelt Francis voor. Enigszins tegen mijn zin, stappen we uit en volgen de man. Nadat hij ons naar één of andere bouwvallige container heeft geloodst die achter wat winkeltjes verscholen ligt, volgt een warrig gesprek in slecht Engels. “New regulations, sir. We need 15.000 US dollar warranty for your car. Or maybe you ask embassy paper.” Ik geloof er niks van. Tenslotte zitten we in Afrika en had menig persoon mij gewaarschuwd voor al dan niet officiële of beroepsmatige afpersers. Niet met mij, niet nu. “We zijn hier weg, Francis. We volgen gewoon ons roadbook en laten ons Carnet afstempelen in de volgende grote stad”. Geïrriteerd lopen we in versnelde pas terug naar de auto. Terwijl we de auto achteruit rijden, komt de man achter ons aangelopen. “You, stop stop stop!”. Tevergeefs: ik heb geen zin om nog meer tijd te verliezen of baksheesh te betalen voor één of andere verzonnen wet en rij zonder achterom te kijken weg. Twee kilometer verder stoppen we snel langs de kant van de weg om een bericht te sturen naar de drie Duitsers. “Anders vallen ze die waarschijnlijk ook nog lastig”, meld ik aan Francis. Geen half bericht later staat er plotseling een zwaar bewapend politie-eskadron met acht militairen langs onze auto. “You! You are arrested! Arrested you! Go back. Go back!”.

Maandag 25 oktober, 9u43. Wanneer we terug aan de grenspost komen, begint de ene amb(etan)tenaar nog wat luider de roepen dan de andere. “If we do not listen to police in your country, what they do? They arrest you. Well, you are arrested now!”. Ik stel Francis voor om te wachten tot de Duitsers hier zijn en dan samen met hen te overleggen. Ondertussen probeer ik de plaatselijke officieren alvast de indruk te geven dat ze belangrijk zijn. “Sorry sorry sorry, we did not know, sir. Sorry”.

Maandag 25 oktober, 12u57. Na de ik-wacht-want-ik-heb-toch-meer-tijd-dan-jullie-strategie tevergeefs toegepast te hebben, overleggen we opnieuw met de Jacob, Max en Bernd. Ondertussen zitten we hier al drie uur en zijn we nog geen stap verder. We beslissen onze respectievelijke ambassades op te bellen en om hulp te vragen. Bij gebrek aan gsm-ontvangst, haal ik de satelliettelefoon boven en probeer de Belgische Ambassade in Addis op te bellen. Helaas, van de vijf telefoonnummers van de ambassade die ik heb, neemt er niet één op. Lunch-time, alweer lunch-time? Ook de Duitsers hebben geen succes. Uiteindelijk besluiten we in te gaan op het voorstel van één van de ambtenaren. Samen met Bernd zal ik per bus naar de volgende stad reizen om van daaruit te proberen één of andere fax van de Belgische en Duitse Ambassade te bemachtigen. Op de grenspost is er immers geen vaste telefoon, geen gsm-ontvangst, geen fax en geen internet.

Maandag 25 oktober, 17u41. Een lange telefoon naar de ambassade en een paar uur wachten later staan Bernd en ik in het plaatselijke bankkantoortje op 35km van de grens, wanneer plotseling het benodigde garantiebewijs uit de fax komt gerold. Of toch hetgeen er moet voor doorgaan. De Belgische ambassade wil immers onder geen enkele voorwaarde garant staan voor ons of onze wagen. Maar toen ik daarstraks bijna een half uur aan de telefoon hing met de Belgische consul, probeerde deze laatste mij gerust te stellen: met deze afgezwakte, ietwat vage brief zou het ook moeten lukken. Wanneer we de vijfenveertig minuten durende, levensgevaarlijke terugrit met het lokale openbare vervoer overleefd hebben, is het kantoor van de customs-officier uiteraard al gesloten. Er zit niks anders op dan samen met onze Duitse vrienden in het niemandsland te overnachten voor het gebouw van de Immigration en morgenvroeg een nieuwe poging te doen om het Ethiopië binnen te vallen.

Dinsdag 26 oktober, 6u43. Na een betrekkelijk slechte nacht, zitten we samen met onze drie Duitse lotgenoten koffie te drinken op “Camping Customs” wanneer de officier van dienst zijn container-kantoortje opent. “Oooh, fax, you Belgians very fast”, verklaart hij enigszins verbaasd. Met een laatste “Sorry for yesterday, we didn’t know, sir”, probeer ik hem nog wat te paaien alvorens hij na veel gezucht en geknik uiteindelijk dan toch ons Carnet de Passage afstempelt. Dertig minuten later zijn ook Jacob, Max en Bernd in het bezit van de nodige stempels. We beslissen om samen te reizen tot in Nairobi. Ethiopië staat immers bekend als het land waar de gifmi-gifmi-gifmi-kinderen wel eens met stenen naar overlanders durven smijten en in Noord-Kenia ligt nog 500km gevaarlijke weg op ons te wachten.

Dinsdag 26 oktober, 17u01. Met het binnenvallen van Ethiopië is niet alleen het landschap plotseling volledig veranderd, ook de temperatuur ligt op slag zowat 30°C lager dan gisteren. Nadat de motards Max en Jacob voor het eerst sinds het verlaten van Duitsland hun bivakmuts moeten aantrekken, rijden we verder de bergen in. Terwijl we ons doorheen het aaneengesloten groene lint van mensen, weides en wouden een weg naar boven slingeren, daalt de temperatuur tot amper 12°C. Even later geeft de hoogtemeter van onze gps 3.300m aan.

Woensdag 27 oktober, 7u41. Op aanraden van Anita, de Duitse eigenares van de backpackers waar we in Dahab (Egypte) twee nachten verbleven, hebben we in Cairo een knuffelbeer van 2,50 euro gekocht. Naar het schijnt zouden de auto’s van overlanders met zo’n teddybeer door de plaatselijke jeugd minder of helemaal niet bekogeld worden met stenen. Onder het motto “baadt het niet, dan levert het toch op zijn minst een paar hilarische foto’s op” binden we onze knuffelbeer vooraan op het bagagerek. Als twee gijzelnemers en onder algemene belangstelling van enkele tientallen omstanders, verlaten we vijf minuten later samen met Bernd, Max en Jacob onze eerste Ethiopische slaapplaats in de bergen.

Woensdag 27 oktober, 16u49. Van alle toeristische hoogtepunten die Ethiopië rijk is, valt er beslist één niet te missen: de door Unesco erkende rotskerken van Lalibela. Op het eerste zicht zien deze kerken er niet zo onwaarschijnlijk indrukwekkend uit. Het spectaculaire bestaat in de wetenschap dat alle bouwwerken volledig uit één stuk massieve rots werden uitgehouwen en dus slechts met hun basis nog verankerd staan op het rotsmassief waaruit ze zijn ontstaan. Naar schatting 42.000 manschappen beitelden onder leiding van de Ethiopische Koning in de 15de eeuw gedurende 23 jaar dag na dag na dag in een poging om met maar liefst elf rotskerken een soort van Jerusalem in Afrika te bouwen. Terwijl de avondzon zich stilaan overgeeft aan de nacht en we ons van kerk naar kerk verplaatsen via de uitgehouwen gangen en tunnels, word ik plotseling compleet overmeesterd door emoties. Verdoofd door verbazing. Verdwaasd door onvatbaarheid. Emoties over het wat en hoe of waarom van de dingen. Van deze wereld. Van alles wat er is of misschien vooral ook niet is. Wat het is dat iemand soms drijft? Hoe iemand in godsnaam in staat was om 42.000 mannen 23 jaar lang te motiveren? Waarom een mens soms doet wat hij doet? En wat het is dat ook mij keer na keer na keer naar Igunga leidt. Met zonder antwoord slenter ik verder langs gedachten van de weidse wereld in mijn hoofd.

Zondag 31 oktober, 18u37. Nadat we meer dan twee uur lang tevergeefs gezocht hebben naar een rustige slaapplaats, zit er uiteindelijk niets anders op dan een open veld aan de rand van een dorpje op te rijden. Gelukkig is het ondertussen bijna duister en hopen we dus min of meer met rust gelaten te worden. Niet dus. Francis heeft de motor van onze auto nog niet uitgezet of de eerste lichting kinderen staat al aan zijn deur. Wat volgt lijkt veeleer op een wereldrecordpoging “kinderen-verzamelen-in-10-minuten-tijd”. Nog voor onze daktent goed en wel is opengeklapt –hetgeen ondertussen hooguit drie minuten in beslag neemt– staan al meer dan 100 nieuwsgierigen rond onze auto. Het lijkt wel of Sinterklaas is gearriveerd. Met behulp van onze twee auto’s, brommers en twee tentjes proberen we een ‘safe area’ van drie bij drie meter te bemachtigen. Moeilijk. Uiteindelijk beslist Max om van de nood een deugd te maken. Terwijl hij net buiten onze ‘safe area’ een klein dansfeest lanceert rond zijn mp3-speler met 5 Watt-luidsprekertje, krijg ik zowaar zelfs 25 seconden tijd om in de back-stage-zone achter de auto naar het toilet te gaan. Wanneer we anderhalf uur later iedereen vriendelijk doch subtiel een goede nacht wensen, lijkt niemand van plan te zijn om de zone rond onze auto’s te verlaten. In een ultieme poging naar rust en wat privacy, beslissen we uiteindelijk dan maar te doen alsof we gaan slapen. Na een laatste en betrekkelijk expliciete “Goodbye, see you tomorrow” kruipen we onze respectievelijke tenten in. “Binnen vijf minuten zal iedereen wel weg zijn en dan kruipen wij gewoon terug uit de tent”. Again: niet dus. Meer dan een half uur wachten we muisstil in onze tenten vooraleer Jacob vanuit zijn tent als eerste verklaart dat de kust veilig is. We zetten nog gauw wat thee en brengen de rest van de avond in het donker door ten einde ‘de vijand’ op een veilige afstand te houden.

Maandag 01 november, 17u08. Moyale emergency preparation. 15 kilometer voor de beruchte grens met Kenia, vinden we tussen enkele lemen hutten een rustige plaats om onze laatste Ethiopische nacht door te brengen. Voor ons ligt niet alleen het zwaarste, maar vooral ook het gevaarlijkste stuk van onze reis: een tweedaagse trip door 500km rebellengebied in Noord-Kenia. Ofschoon we ondertussen al meer dan 13.000km Afrika-ervaring hebben, lijkt Noord-Kenia toch ongeziene proporties aan te nemen. Ons roadbook meldt: “Zware tot zéér zware gravel. Lange stukken met grote stenen, diepe putten of geulen en eindeloze washboards”. En dan spreken we nog niet over de veiligheid. Toen we enkele dagen geleden in Addis Abeba bij de Franse overlander Jerome informeerden naar de actuele situatie vroeg hij ons eerst twee keer of we het wel degelijk wilde weten. Na wat aandringen vertelde hij dat er vorige week nog iemand langs de beruchte weg in Noord-Kenia werd doodgeschoten nadat hij geweigerd had om zijn auto af te staan. Slik.
Nadat we onze auto grondig gecontroleerd hebben op eventuele gebreken, overlopen we met onze Duitse vrienden onze strategie voor morgen. Onze Landrover gaat eerst, dan de twee motor’s en tenslotte de Defender van Bernd. We zullen rijden met gesloten ramen en zonnekleppen naar beneden. Zo is er minder inkijk in onze auto en kunnen eventuele bendes minder goed zien of we al dan niet een privé-bewakingsagent aan boord hebben. Met onze zwarte sjalen en zonnebrillen zullen Francis en ik ons gezicht zoveel mogelijk trachten te bedekken. We rijden met lichten aan. De satelliettelefoon wordt opgeladen en klaar gelegd. Onder geen enkele voorwaarde zullen we stoppen voor passanten of barricades. De sleutels voor het vervangen van een eventuele platte band alsook het sleeplint en onze kleine potkrik worden achteraan in de auto klaar gelegd. De bagage en side-bags van Max en Jacob worden van de moto’s gehaald en krijgen een plaats in de auto van Bernd. In het geval dat één van hen een lekke band rijdt, zullen we de platte band volspuiten met schuim. Moest er iets anders met hun moto misgaan of Max of Jacob zou zwaar ten val komen, dan zullen we het voorwiel van hun KMT 400cc afdraaien en de moto in de auto van Bernd proberen te rijden. Worst case moet hij op het dak van onze auto…

Maandag 01 november, 19u07. Nadat Max en Jacob, twee brandweermannen van beroep, met veel enthousiasme een kampvuurtje hebben aangestoken, grapt Bernd dat dit wel eens ons laatste avondmaal zou kunnen zijn. Op één of andere manier hangt er een moeilijk te beschrijven spanning. Alsof we ons moeten voorbereiden voor een spelletje paintball morgen. Maar dan in het echt. We ontkurken nog een fles Ethiopische rode wijn op de goede afloop en kruipen wat later nog voor 21u onze tenten in.

Dinsdag 02 november, 8u01. Na een buitengewoon vlotte grensovergang aan Ethiopische zijde, pronkt er ineens een bordje “Please keep left” aan de Keniaanse kant. Na 59 dagen reizen bereiken we niet alleen het Afrikaanse gedeelte waar links gereden wordt, maar bereiken we ook de grens van het Swahili-sprekende deel van Afrika – hongera!

Dinsdag 02 november, 9u37. Exact 7km slechte gravel over de beruchte route door Noord-Kenia duurt het vooraleer Jacob prijs heeft: een doorn in zijn voorband. Dertig seconden van overleg later, beslissen we om nog even verder te proberen rijden. Het dichte struikgewas rondom ons en de verhalen van gisterenavond zitten nog vers in het geheugen. Helaas, nog eens 20km verder, is zijn band volledig plat. Er zit niets anders op dan de band vol te spuiten met schuim. Vier minuten later zijn we terug weg.

Dinsdag 02 november, 12u52. Nadat eerst Max zwaar ten val is gekomen, schuift nu ook Jacob stevig onderuit. Zijn rechter spiegel breekt in duizend stukken. Probleem is dat het schuim in zijn voorband ondertussen steenhard is en het dus lijkt of hij met een ijzeren wiel is aan het rijden. De diepe putten en eindeloze washboards maken het er niet makkelijker op. Maar we zitten nog niet in de helft van het stuk dat we vandaag zouden moeten afleggen, dus er zit niets anders op dan zonder veel nadenken verder te rijden over het steenachtige woestijnlandschap. Even later lassen we dan toch een five-minute-break in voor een Duits koppel die met hun twee jonge kinderen onderweg zijn met een 35 jaar oude overlandtruck. De zware gravel heeft hun bagagerek gebroken en het is dus een kwestie om zo snel mogelijk een tijdelijke oplossing te bedenken. Zonder nadenken kruipen Max en Jacob mee op het dak om enkele houten balken onder het bagagerek te duwen.

Dinsdag 02 november, 18u11. Bijna 9 uur en 256km later komen we net voor zonsondergang aan in Marsabit. Met een gemiddelde snelheid van iets minder dan 30km/u hebben we het eerste deel van de meest beruchte overland-route overleefd. Maar de diepe putten en stenen hebben wel hun tol geëist. Jacob zijn armspieren zijn volledig verkrampt en Bernd heeft de laatste 100km zonder remmen moeten afleggen. Ergens onderweg zijn de remblokken van zijn achterste wielen er tussen uit gevallen. Er zat dus niets anders op dan zich te behelpen met zijn handrem die –lang leve Landrover– bij Defenders rechtstreeks remt op de aandrijfassen en dus ook zonder remblokken nog werkt. Overnachten doen we in het kamp van een Zwitser die op deze onherbergzame plek van de nood een deugd heeft gemaakt en vermoeide overlanders als ons opvangt.

Woensdag 03 november, 11u54. Terwijl Jacob in het stadje van Marsabit op zoek gaat naar een nieuwe band, vertrouwt Bernd op de lokale mecaniciens om zijn auto van nieuwe remblokken te voorzien. In al hun enthousiasme gaat tijdens de reparatie helaas ook één van de klemmen voor de achtervering kapot. “Hakuna matata: dat lassen ze er wel gewoon even terug aan in het winkeltje naast de garage”. Maar ondertussen is het bijna 12u en de lasser van dienst lijkt ondanks alle aanmoedigingen van onzentwege geen haast te hebben. Uiteindelijk beslissen Francis en ik dat een extra dag in Marsabit doorbrengen geen optie is, want pater Bolle wacht vol ongeduld op ons. Als we dus zaterdag 06 november voor het duister in Igunga willen aankomen, moeten we écht doorrijden. In no-time pakken we alles in, rijden nog snel even de stad in om afscheid te nemen van onze Duitse vrienden en zetten helemaal alleen koers richting Isiolo.

Woensdag 03 november, 18u11. Met het binnenrijden van Isiolo zit ook de laatste 250km van het gevaarlijkste stuk van onze reis er definitief op. Als beloning worden we na 52 dagen van droogte zowaar getrakteerd op regen! Sinds Istanbul hebben we immers (met uitzondering van een paar druppels in Amman, Jordanië) geen spatje regen gehad…

Donderdag 04 november, 8u14. Onderweg van Isiolo naar Nairobi steken we de magische grens van de evenaar over. Welkom in de zuidelijke helft van de wereld! We nemen snel een paar foto’s en rijden zonder aarzelen verder in de richting van Nairobi.

Donderdag 04 november, 10u06. Wanneer we beginnen aan de bergetappe rond de Mount Kenia, krijgen we alweer een bijzonder stukje Keniaanse weg voorgeschoteld. Op een bepaald moment is het werkelijk zoeken naar twee stukjes asfalt tussen alle putten. We banen ons een weg naar omhoog, maar merken al snel dat er iets mis is met onze Landrover. Iedere keer we door een put rijden, blijft onze auto nog 15 seconden nawiegen. Het lijkt wel of we met twee platte banden rijden. Ik zet de auto aan de kant en stap uit om te kijken wat er mis is. Op het eerste zicht ziet alles er echter normaal uit. Ik neem de nanometer van de compressor erbij en controleer alle vier de banden. Niks abnormaals. Of zou het de houten kist op het dak zijn waarvan de bodemplaat ondertussen volledig losgescheurd is? Ik kruip het dak op en zet de kist met twee extra spanlinten vast. Voorzichtig rijden we verder, maar het probleem lijkt alleen nog erger te worden. Vooral wanneer we een bocht nemen met putten in de weg, heeft onze Landrover de neiging om alle grip met de weg te verliezen en uit de bocht te slingeren. Het enige wat ik kan bedenken is dat onze schokdempers plots volledig op zijn. Maar dat is een probleem wat we hier niet zomaar opgelost krijgen. De laatste 120km tot Nairobi rijden aan een gemiddelde snelheid van 40km/uur. Langzaam maar zeker. Maar zeker langzaam. We zijn al te ver in Afrika om nu nog ongelukken te doen. En met amper twee lange dagritten tot Igunga te gaan, zijn we vastberadener dan ooit dat we er veilig zullen geraken.

Vrijdag 05 november, 12u52. Na wat aandringen bij de Duitse eigenaar van de backpackers waar we sinds gisterenmiddag verblijven, worden zijn twee beste mechaniekers aangesproken om onze auto zo snel mogelijk te herstellen. Nadat deze tegen een ongeziene snelheid onze achterste schokdempers, de voorste bushes en het slot van de achterdeur hebben vervangen, verlaten we even later Jungle Junction en dito Nairobi. Wat verder worden onze nieuwe schokdempers meteen stevig getest op alweer 40km met meer putten dan weg.

Vrijdag 05 november, 17u21. Net voor zonsondergang bereiken we de lang verwachte grens van Bolle-land. Met behulp van een uiterst vriendelijke local vervullen we in minder dan een uur tijd alle grensformaliteiten. De man aan het loket van de immigration kan zijn ogen niet geloven. Een Belg die bijna 15.000km heeft gereden om een auto naar Tanzania te brengen en daarenboven zelfs Kiswahili praat! Wanneer ik terloops dan ook nog eens het spreekwoord “Bandu bandu umaliza gogo” laat vallen, barst de man uit van het lachen. “Karibu Tanzania, rafiki!”

Vrijdag 05 november, 19u33. Dertig kilometer voorbij onze allerlaatste grenspost, parkeren we onze auto een paar honderd meter van de weg tussen de savannestruiken. Onder belangstelling van enkele plaatselijke Masai beginnen we aan ons laatste avondmaal. Bij elke hap proef ik Tanzania. Bij elke adem ruik ik Igunga. Na de gebruikelijke afwas ontkurken we mijmerend over onze aankomst morgen onze eerste Tanzaniaanse pint. En of het smaakt.

Zaterdag 06 november, 4u30. Biep! Biep! Biep! Het is nog volledig nacht wanneer de wekker mij om 4u30 plotseling uit mijn gedroom ontwaakt. Maar geen halve seconde later ben ik klaar wakker: vandaag is het D-day! Bambambam! In een recordtempo drinken we elk drie tassen koffie en breken onze slaapplaats op. Minder dan een uur later staat onze auto klaar voor de laatste sprint tot de eindstreep. Nog 540 km tot de finish. Nog 12 uur tot het einde. Plotseling lijkt Igunga onwezenlijk dichtbij. Ik krijg tranen in de ogen bij de gedachte dat we er straks misschien echt zijn. Heerlijk. Zalig. Echt.

Zaterdag 06 november, 16u03. Iets meer dan 135km voor Igunga lassen we onze allerlaatste stop van de reis in: Singida. Nadat ik een bericht heb gestuurd naar Bieke om te melden dat we eraan komen, binden we nog snel de Belgische vlag vooraan op onze auto. Proud of our long way down: Igunga, here we come!

Zaterdag 06 november, 17u21. Met het binnenrijden van Igunga verdubbelt mijn hartslag. Nog voor we het open plein voor de missiepost oprijden, hoor ik links en rechts “Ibra! Ibra! Ibrahimu!” roepen. In de verte zie ik hoe onder een diepblauwe hemel een aantal ballonnen hangen aan de poort van de missiepost. Met vochtige ogen. Met een hart dat bonst tot in mijn keel. Alsof ik klaar sta om na 100km de finish van de Dodentocht over te lopen. Maar dan een keer of 1500 sterker. Met de intensiteit van niks anders ter wereld. Met het gevoel van onbeschreven geluk zoals dat mij misschien nog nooit overkwam. Als een wazige scène in slowmotion rijden we met onze laatste adem langzaam het terrein van de missiepost op terwijl de eindgeneriek van onze road movie zich stilzwijgend in mijn hoofd afspeelt. Als een sequentie van onduidelijke en traag flikkerende beelden tegen het licht van een oranjerode avondzon. Als een verschrikkelijk goede film waarvan niemand wou dat hij al afgelopen was.
Veertig meter verder staat Bieke ons op te wachten in het gezelschap van misschien wel honderd kinderen. Onder algemeen gejuich wordt onze auto tot stilstand gebracht. Mijn pater Bolle-gewijze “Habari Habari?!” (“Wat nieuws?”) wordt met een oorverdovende en hartverwarmende “K-A-R-I-B-U-!” (“Welkom”) beantwoord. Met een krop in de keel stap ik uit. Ik sta te trillen op mijn benen wanneer Bieke mij in de armen valt. This is it.

C'est l'histoire d'un homme qui tombe d'un immeuble de 50 etages. Au fur et à mesure de ça chute il ce répete sans secce : « Jusqu'ici tous va bien, jusqu'ici tous va bien, jusqu'ici tous va bien ». Mais l'important, c'est pas la chute, c'est l'atterrissage.*

Pas nadat ik uitgebreid verwelkomd ben door Bieke, Antoon, pater Maxi, Joseph, mama Maria, Ladislaus, Alberti, Klara, Ennerico, Jose, Fillipo, Teofiri, Sekunda, Nifegenia, het voltallige keukenpersoneel en een paar tientallen andere kinderen, komt ook Pater Bolle uit zijn kerk tevoorschijn. Toen we zojuist de missiepost opreden was hij volop bezig met een trouwmis. “Karibu karibu!”, lacht hij mij toe terwijl zijn blik al snel wordt afgeleid door de donkergroene Landrover die naast mij staat. Zíjn Landrover. Met een geniepige glimlach zoals alleen de pater Bolle’s van deze wereld die op hun gezicht kunnen toveren bekent hij mij: “Kijkt is, ik was juist bezig met de ringen van de bruid toen ik ineens zo ne mooie wagen zag voorbijrijden. Ik dacht dat ik aan het dromen was! Maar écht hè, ik was helemaal mijne kluts kwijt en ben gewoon opnieuw moeten beginnen.”

--

Zondag 19 december, 10u14. Terwijl pater Bolle met de Landrover naar één van de buitenposten is om de mis te gaan doen, zit ik op mijn kamer. Na meer dan zes weken in Igunga is het uiteindelijk dan toch gelukt om mijn laatste verslag af te maken. De voorbije weken was het altijd wel iets. Of er was geen elektriciteit, of ik moest snel wat plannen aanpassen, of de werkmannen waren aan het wachten op instructies, of er was ergens een probleem, of ik moest het eten naar school brengen, of een oven maken, of examens kopiëren of bezoekers rondleiden of bomen planten of beton storten of een nieuwe machine bedenken of computers formatteren of watertanks poetsen of… of toen dit en dan dat. Zo was het altijd wat.

Ook de Landrover heeft hier nog niet stilgestaan. Op zijn inmiddels uitgebreid palmares staan reeds vermeld:
-    Ambulance-werk voor het overbrengen van verschillende kinderen van onze lagere school naar het hospitaal (twee met Malaria, eentje met Epilepsie)
-    Dagelijks transport van het eten voor de 35 leerlingen van de pre-form 1 class op onze secundaire meisjesschool
-    Vervoeren van de 40 computers en schermen voor onze computerklas van Karatu naar Igunga
-    Slepen van pater Maxi zijn auto (respectievelijk 52 en 350km ver)
-    Vervoeren van 1 bruid en 22 “aanhangsels” in één van de buitenposten zo’n 90km van Igunga
-    Vervoeren van 1 bruidegom, 1 getuige, 18 leden van het koor, 1 keyboard, 2 luidsprekers, 1 versterker, 1 generator en de bijhorende kabels
-    Slepen van een oude Landrover 109 die als “taxi-brousse” dienst doet tussen Mwanzugi en Igunga (tijdens de sleepactie verloor de taxi trouwens ook nog één van zijn vier wielen)
-    Meerdere keren in gang trekken van pater Bolle’s vrachtwagen
-    Transporteren van 250kg klei voor de eerste handgemaakte houtvuuroven van Igunga
-    Rechthouden van een 5 meter lange stalen schoorsteen voor bovenstaande oven
-    Vervoeren van de houten spanten voor de nieuwe slaapzalen van onze St Magreth Secondary School: 20 spanten van 13 meter lang met behulp van pater Bolle’s camion-trailer van 7,50 meter. Landrover met oplegger waren samen goed voor een totale lengte van iets meer dan 20 meter…


Epiloog.

Ik weet niet wie. Ik weet niet hoe. Ondertussen zijn we meer dan een maand verder en nog steeds schieten woorden tekort. Het schrijven van mijn laatste verslag was een moeilijke opgave. En niet of niet alleen omdat mijn dagen hier de voorbije weken afgeladen vol zaten. Niet omdat het leven hier onvoorspelbaar is.

Nog steeds legt de intensheid mij soms het zwijgen op. Alsof ik na 15.000km finaal het noorden kwijt ben. Woord per woord reisde ik opnieuw door mijn gedachten. Woord per woord nam ik afscheid. Afscheid van de ethische reiziger wiens woonplaats de weg is. Afscheid van de ultieme vrijheid.

Maar ik heb geleerd: waar een wil is, is een lange weg.

Dank aan iedereen die onze weg kruiste. Ver weg of dichtbij: zonder jullie was er geen weg.
Geen woorden, geen richting, geen zin.
Geen woorden die leidden tot richting van deze zin.
Happiness is only real when shared.**

Bedankt, iedereen, overal, altijd.
Bedankt.

Bram.

* Citaat uit de film "La Haine"
** Uit de slotscène van de film “Into the wild”, 2007.

Toegevoegd op 19 december 2010 16u08 door Bram

Tags

Klik op volgende tags om meer te lezen over een bepaald onderwerp:

aankomstEpiloogEthiopiëKeniaTanzania

Tante Det
19 december 2010 17u46

dag Bram,
met oma juist je laatste verslag gelezen en samen ontroerd bj wat we lezen. het is toch reuze groot wat jij gedaan hebt en nu nog verder doet. een tocht die in elk moment onvergetelijk zal blijven!!!!! en jij doet het toch maar. Oma is reuze fier op haar "afrika" kleinzoon.
goede moed voor verder taak en zeker ook veel geluk en deugd aan elk moment op je zo geliefde plaats.
dikke zoen van oma en ook kruisje en tante Det

mama van Bram
19 december 2010 18u40

Ontroerd door je verslag, mijn lieve jongste zoon , die zo graag in Afrika vertoeft ! Ik kan het me perfect voorstellen dat het niet altijd gemakkelijk is om je ervaringen in een verslag te verwoorden , maar zeer vele mensen zullen er weer blij mee zijn ... hier hebben we de kerstboom en de kerststal weer gezet en we zullen er dit jaar een foto van jouw moeten bijzetten, vermits we je lijfelijk moeten missen...terwijl jij van de volle zon geniet is het hier een prachtig sneeuwlandaschap met deze namiddag nog maar eens 20 cm sneeuw bij: er is een record van aantal dagen sneeuw achtereen gebroken en je winterbanden zijn me al goed van pas gekomen!
wij kijken uit om je binnen enkele weken in levende lijve terug te zien en wensen jouw, Siske en de hele familie in Igunga een zalige kerstmis ! op zondag 26 december kerstfeest-verjaardagsfeest Rumpie's!

Johannes
20 december 2010 13u19

Beste Bram,
Om het met de woorden van de betreurde Aretha Franklin te zeggen: r-e-s-p-e-c-t!
Onwaarschijnlijk wat je allemaal meegemaakt hebt, we zijn enorm trots op wat je gepresteerd hebt.
Doe het daar nog ontzettend goed, geniet van elk moment, en doe de groeten aan ons Siske.
Eindigen doen we met een citaat ter ere van La Poderosa (ofte de Landrover) en uiteraard van jullie zelf uit de film waarmee het dus allemaal begon:
Miners Wife: Are you two looking for work?
Ernesto Guevara de la Serna: No, we arent looking for work.
Miners Wife: No?... Then why are you traveling?
Ernesto Guevara de la Serna: We travel just to travel.
Miners Wife: Bless you... Blessed be your travels.
Wannes, Elke en Luz

bieke
20 december 2010 20u13

Dag kleine held,
na anderhalve maand heb je me dan eindelijk uit m'n lijden verlost. Wat was ik benieuwd hoe het zou aflopen in Igunga ;-)
Nee serieus, knap wat jullie daar gedaan hebben! En een dikke dank je wel voor al die schone schrijfsels. Fijn om zo een beetje mee te kunnen dromen.
Geniet er ginds nog van, warme groeten aan iedereen en een busu kuwba voor uzelf!
kila la heri na tutaonana baadaye!
bieke*
ps: vergeet de laatste pagina's verslag niet af te drukken voor in Bolle zijn kaftje hé ;-)

yuri
20 december 2010 21u56

Hey bram,
Toen je halsoverkop vertrok was ik bezorgd, niet alleen over de auto hoor ;),
maar je hebt het fantastisch gedaan. Ge zijt ne grote man. Respect.
Bedankt dat ik mocht deelnemen aan je reis!
Dikke knuffel van Kobe, Seppe, lies en yuri.

liesbeth
21 december 2010 12u39

Lieve, ongelooflijk dappere Bram,
Met veel plezier heb ik op deze winterochtend het einde van je reisverslag gelezen.
Ontroerd door wat een mens - en meer nog mijn eigen broer- verzetten kan, helemaal stil geworden van zo'n groot avontuur wil ik je nog even schrijven dat we veel aan je denken ( Seppe zegt altijd als we een 4x4 zien : "kijk mama een jeep om naar Afrika te gaan" (om maar te zeggen dat je op je kleine neefjes ook een grote indruk hebt gemaakt))zeker ook nu er naar jaarlijkse traditie rond kerstmis een stubru-actie loopt in het glazen huis te Antwerpen om Afrikaanse aids-weeskinderen te helpen of wanneer we naar het programma van Annemie Struyf kijken "de zussen van mijn dochter" over het leven in Kenia, hoe vaak hebben we al niet aan elkaar gezegd hoe nuttig het is dat jij in Igunga scholen bouwt voor (wees)meisjes, een kwetsbare groep die, beseffen we nu wel echt, zoveel baat hebben aan een plaats waar ze beschermd aan hun toekomst kunnen bouwen.
Bram, zoals mijn echtgenoot en ook onze Pi in zijn toespraak zei : jij bent een grote meneer geworden om veel respect voor te hebben !
Ik wens je nog heel veel plezier in Igunga met het helpen van mensen, het samen overleven, het uitwisselen van gedachten, het warme klimaat, de prachtige omgeving, ...
Ik wil je samen met je Afrikaanse kameraden een hartverwarmend kerstfeest toewensen !
Wat jammer dat we je niet even naar hier of onszelf naar Igunga kunnen laten beamen om in real uren naar je verhalen te luisteren, al kan ik me ook voorstellen dat zoals je zegt niet alles in woorden te beschrijven valt en vele geheimen zullen bewaard blijven in de beslotenheid van jouw grote hart! Een hele dikke kus van je oudste zus, Liesbeth

miep
21 december 2010 19u33

bram, gewoon praaaaaaaaaaaaaaaachtig! zalig kerstfeest en tot 21 januari!
stevige knuffel van bibimiepi

Julie
21 december 2010 20u24

Bramme!!!
Het is je gelukt!!!!! En met welke verhalen...Proficiat maatie!! Ik ben blij dat ik jullie uiterste begin heb mogen meemaken (voor 5 minuten dan) in Boedapest en kan niet wachten om je terug te zien met al die mooie foto's en spannende verhalen.
Man, je weet niet wat je me aandoet... Wekelijks dacht ik wel eens aan jullie wilde avonturen, mijn gedachten vlogen op hol, de reismug, zoemend naast mijn hoofd, bleef me prikken...klaar om jullie achterna te reizen,en een extra stukje van de wereld te gaan ontdekken.
Bram, geniet van elke seconde, elke kinderlach, elke droom, elk hartelijk gesprek,elke rijdende brommer met 20 levende geiten, ... elke knipoog. Africa zit in je bloed, gaat niet zomaar weg. Ook al kan Belgie soms Afrika voor een paar seconden uit je gedachten zetten...het borreld telkens, terug, telkens opnieuw. Ik mis Afrika...maar ben blij dat jij het voor de belgjes onder ons kan goedmaken in Tanzania. ... Ik moet gelukkig Afrika niet meer zo lang missen, en wie weet kan ik jou een bezoekje komen brengen. Ik hou je op de hoogte!
Liefste Bram...GENIET ERVAN! En tot gauw!!
Allerbeste kerstwensen !!
kusjes
Julie
XXX
PS.Moest het internet daar weer eventjes werken, skype is mijn beste vriend ;-)
Ben momenteel opzoek naar een stage in microkredieten instelling...goede tips zijn altijd welkom...

Pol & Hilde Craeynest-Declercq
22 december 2010 12u08

Hartelijk gelukgewenst met je buitengewone prestatie, en ook met je schitterende reisverslag waardoor we de tocht haast levensecht konden meemaken.
Vanuit het besneeuwde West-Vlaanderen sturen we jou en de vele mensen met wie je ginder samenwerkt heel veel warme groeten, een Zalig Kerstfeest en straks ook het allerbeste voor een Gelukkig Nieuw Jaar, te beginnen met een behouden (en allicht beduidend minder avontuurlijke) terugreis.
Maar geniet intussen nog maar enkele weken van de gulle Afrikaanse hartelijkheid en van het heerlijke samenzijn met zoveel mensen die je dierbaar zijn.
Groetjes,
Pol & Hilde uit Marke

REAGEREN OP DIT BERICHTREAGEREN OP DIT BERICHT

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.